Overslaan en naar de inhoud gaan
search

'Samen de verspreiding van ziekenhuisbacterie voorkomen'

Slingeland zorgt dat de kans op uitbraak zo klein mogelijk blijft

Gepubliceerd op: 27 februari 2026

Eens in de zoveel tijd lees je erover in de krant of op social media: een uitbraak van een ziekenhuisbacterie. Wat is een ziekenhuisbacterie precies? Wat als je een infectie oploopt? En hoe voorkom je een uitbraak? Deskundige infectiepreventie Sandra Thöni en arts-microbioloog Eefje de Jong leggen het duidelijk uit. 

Vies! Dat is voor de meeste mensen de eerste associatie bij ‘het woord bacterie’. Infectiepreventie-deskundige Sandra Thöni is gewend aan die reactie en steekt van wal: “We kunnen niet zonder bacteriën. Dat is al een hele oude samenwerking die in ons lichaam plaatsvindt. In onze darmen zorgen ze voor het verteren van voedsel en het aanmaken van vitamines. En op onze huid zijn ze ons eerste afweermechanisme. 

Ik vergelijk dat altijd met een dierentuin, waar ieder dier zijn eigen hokje heeft. Bij ieder mens is de eigen huidflora uniek. Door de dag heen neem je bacteriën van anderen en je omgeving over. Net als in de dierentuin gaat je bezoek aan het eind van de dag weg en blijft je eigen gezonde flora over.” 

Door barrière heen 

Tegelijkertijd zijn er bacteriën die je bij je kunt dragen en die jezelf of een ander ziek kunnen maken. Ziekenhuispatiënten zijn daar vatbaarder voor, legt arts-microbioloog Eefje de Jong uit: “Mensen liggen niet voor niets in het ziekenhuis, krijgen vaker een infuus, antibiotica of andere medicatie.Daardoor kunnen bacteriën sneller een plekje vinden in die eigen ‘dierentuin’. Ze zijn dus vatbaarder om een ziekenhuisbacterie op te lopen en te verspreiden. Het bezoek gaat niet meer weg.” Waarom heet het eigenlijk ziekenhuisbacterie? “Zo heet het in de volksmond, maar ze komen oorspronkelijk van een andere plek”, legt Eefje uit, “Multiresistente bacteriën die we in het ziekenhuis zien noemen we vaak zo. Die bacteriën die resistent, oftewel ongevoelig zijn voor meerdere soorten antibiotica, vallen meer op dan andere bacteriën. Door screening of bij een infectie komen ze aan het licht. In de Achterhoek zien we de MRSA-bacterie, bij mensen die in aanraking komen met vee. Andere ziekenhuisbacteriën zijn bijvoorbeeld ESBL- of VRE-bacteriën.” 

Drager merkt niets

Van het dragen van zo’n bacterie merk je meestal niets. “De MRSA-bacterie vind je in het neuspeutergebied, maar de meeste bacteriën draag je in de darmen”, zegt de arts-microbioloog, “Van zo’n bacterie merk je niets, tot je bijvoorbeeld een blaasontsteking krijgt die niet overgaat. Ongeveer één keer per maand komen we dat in het ziekenhuis tegen. Meestal is het de uroloog die zorgt dat de wijkverpleegkundige thuis een behandeling met infuus geeft. Die geeft wel meer bijwerkingen dan de gewone pillen van de huisarts.”

Ziekenhuisbacteriën worden meestal ontdekt dankzij een goede screening aan de poort, vertelt de infectiepreventiedeskundige. Sandra: “Voorafgaand aan de opname stellen we de patiënt verschillende vragen: weet u of u drager bent, woont of werkt u op een veehouderij, en heeft u in een buitenlands ziekenhuis gelegen? In het buitenland worden veel meer antibiotica gebruikt en komen die resistente bacteriën veel meer voor.” Eefje: “Dat geldt niet alleen voor Azië, maar eigenlijk al als je over de grens gaat, binnen Europa in landen als Italië en Griekenland.” 

Maatregelen bij opname

Antwoord je voor opname met ja op één van de vragen van de screening, dan wordt voor opname een kweek afgenomen. In het ziekenhuis gelden voorzorgsmaatregelen als blijkt dat je een resistente bacterie als MRSA of ESBL bij je draagt.

Als patiënt krijg je een eenpersoonskamer, met of zonder sluis ernaartoe (afhankelijk van het type bacterie). De zorgprofessionals dragen handschoenen, een schort en bij sommige typen een mondneusmasker. Sandra: “Dankzij corona kennen mensen de preventiemaatregelen in het ziekenhuis.” De behandelend arts informeert de patiënt over de resistente bacterie en daarna wordt hij of zij gebeld door de afdeling Infectiepreventie. Dan krijgt de patiënt de gelegenheid om vragen te stellen: mag ik bezoek krijgen? Kan ik thuis wel naar de kapper of het baby’tje van de buren vasthouden?” Sandra: “Alles mag, in het ziekenhuis mag je ook bezoek krijgen, als ze zich eerst melden. Let thuis op je persoonlijke hygiëne: was je handen na toiletbezoek, hang elke dag een schoon handdoekje op. En meld aan zorgverleners dat je een bacterie bij je draagt, zodat zij voorzorgsmaatregelen kunnen nemen.” De meeste gezonde mensen raken de bacterie na drie tot zes maanden vanzelf weer kwijt.

‘Van zo’n bacterie merk je niets, tot je bijvoorbeeld een blaasontsteking krijgt die niet overgaat’

Zo preventief mogelijk

Risico op een ziekenhuisbacterie kan je nooit helemaal uitsluiten. Maar het Slingeland houdt het risico zo klein mogelijk. Met algemene maatregelen voorkomt het ziekenhuis verspreiding. Sandra: “Dat doen we met handhygiëne voor en na een zorghandeling, en met ons kledingbeleid en persoonlijke hygiëne. Onze professionals die met patiënten werken dragen korte mouwen onder hun dagelijks schone uniform, ze dragen geen hand- of polssieraden, horloges of nagellak en hebben hun lange haar in een staart. Daar spreken we elkaar ook op aan.” Eefje glimlacht: “Dat sporthorloge met die stappenteller werkt ook als je hem om je enkel draagt.” Beiden prijzen de samenwerking met alle medewerkers: “En de medewerkers van de afdeling Schoonmaak staan aan de basis!”


Ziekenhuisbacterie: wat gebeurt er na een uitbraak?

In de zomer was er in het Slingeland Ziekenhuis een uitbraak van de VRE-bacterie. Deze bacterie komt voor in de darmen en kan bij ernstig zieke patiënten een infectie veroorzaken. VRE is lastig te bestrijden en kan ongemerkt worden overgedragen via ontlasting of besmette voorwerpen zoals een wc-bril of deurklink. Wanneer een patiënt in het ziekenhuis ter plekke positief wordt getest, dan gaat hij of zij direct in isolatie op een eenpersoonskamer. Ook wordt er een grote schoonmaakactie van de afdeling gedaan.

Ontdekking op IC-afdeling

Arts-microbioloog Eefje de Jong: “Naast screening aan de poort is het landelijk beleid om patiënten op de intensive care (IC) regelmatig te controleren op resistente bacteriën. Uit die reguliere screening ontdekten we in de zomer de VRE-bacterie bij twee patiënten. Deze mensen hadden op de verpleegafdeling op dezelfde kamer gelegen. Later is er nog een derde patiënt gevonden. Daarom hebben we in totaal bijna vierhonderd patiënten getest. Niemand is er ziek van geworden. Bij een uitbraak als deze treedt er een heel protocol in werking, waar naast onze afdelingen onder andere de verpleegkundige en teammanager van de afdeling, het laboratorium, de schoonmaak- en facilitaire afdeling en het communicatieteam bij betrokken zijn.”

Contactonderzoek

Bij ontdekking van een resistente bacterie-uitbraak zoals VRE start het Slingeland Ziekenhuis een contactonderzoek onder patiënten. Zij krijgen een brief met informatie en de vraag om monsters van ontlasting op te sturen. Dat onderzoek begint met een kleine kring om de besmette patiënt(en) heen. Als het nodig is wordt die kring uitgebreid: “Eerst testen we de patiënten die op dezelfde kamer van de verpleegafdeling hebben gelegen. Als er een nieuwe besmette patiënt wordt gevonden, dan testen we nog meer patiënten die langer dan 48 uur in het ziekenhuis hebben gelegen.”

Speciaal telefoonnummer voor vragen

Bij een uitbraak zet de afdeling Hygiëne & Infectiepreventie de meest gestelde vragen en antwoorden op de website. Ook kunnen patiënten met vragen naar een speciaal telefoonnummer bellen. Verder meldt het Slingeland Ziekenhuis de uitbraak bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM kijkt of het ziekenhuis voldoende actie heeft ondernomen en maakt een soort vingerafdruk van de bacterie, om te kijken of er samenhang is met een andere uitbraak in Nederland. Eefje de Jong: “Bij deze VRE-uitbraak bleek dat niet het geval.”

Ongevoelig voor antibiotica: een stille pandemie

Wereldwijd is resistentie of ongevoeligheid voor de meest gebruikelijke antibiotica een steeds groter probleem. Infectiepreventiedeskundige Sandra Thöni: “Een stille pandemie, silent pandemic, wordt het ook wel genoemd. Als we niets doen zullen er in 2050 wereldwijd, met name in Azië en Afrika, tien miljoen mensen overlijden omdat hun antibiotica niet werken tegen bepaalde ziekten.” Arts-microbioloog Eefje de Jong: “We willen voorkomen dat die olievlek groter wordt en zo min mogelijk antibiotica gebruiken. Ga als patiënt daarom op de deskundigheid van je arts af. Zo heeft bijvoorbeeld vragen om antibiotica bij griep geen zin.”

Laatst bijgewerkt op: 27 februari 2026

Direct naar

foto-kamer.jpg
Nieuw in het Slingeland: warme en huiselijke hospicekamer